Time-Out

Door 2 Reacties

Een “On the road thriller”

 

Jana, een vrouw van rond de dertig staat voor de spiegel en houdt een pistool tegen haar slaap. Een kleine Beretta, makkelijk om in een handtas te verbergen en betrouwbaar in gebruik. Ze is sexy, zwart en duur gekleed. Ze kijkt alsof haar glimlach vastgevroren is op haar . Er wordt op de deur van de toiletruimte geklopt: ‘Kom je, Jana? Ze wachten op je!’ Ze schrikt op, doet het pistool in de handtas die om haar schouder hangt. Ze bukt zich, duwt haar hoofd onder de waterkraan. Zware donkere make-up druipt in de spoelbak.

Ze gaat een tentoonstellingsruimte binnen, een vernissage, haar eigen werk. Na jaren voor idioten te hebben gewerkt  om rond te komen, en na werktijd in haar achterkamer te ploeteren met verf en kwast, was ze dan eindelijk zover dat ze erkenning kreeg voor haar werk, en nu kon het haar geen reet meer schelen. Natte haren, doorgelopen make-up en een gezicht met een uitdrukking van ‘fuck you all!’ Applaus als ze binnenkomt. Nog even en ze is er vanaf, dat ze dan maar al die rotzooi kopen in plaats van er op te staan geilen, denkt ze. Donkere doeken die duidelijk onder invloed staan van het expressionisme en de graphic novel. Op één van de doeken is het motief te herkennen van een bloedrode wagen die in de nacht verdwijnt, als een rode veeg in een omhullende duisternis. Schijnvriendinnen, zoals je die hebt op Facebook, scharen zich rond haar. Een journalist duwt een microfoon onder haar neus. Ze glimlacht, diezelfde gemaakte glimlach van voor de spiegel. Nog even, en ze is er vanaf. Champagne, vruchtensapjes, koude en warme hapjes vinden de weg naar de talloze monden die tussen het happen door naar woorden zoeken zoals ‘prachtig, mooi, wat diep en leuk gedaan dat dingetje daar’. Jana houdt vol, die schijn die ze ondertussen spuugzat is… Het moet! Nog even en ze zijn allemaal naar huis en dan, ja wat dan?

Het is een koude winternacht, bijna ochtend. Jana zit achter het stuur van haar Peugeot 206. De koplampen turen over de weg. Het is een tweebaansweg zoals er zoveel zijn. Ze kijkt wat geëmotioneerd voor zich uit. Twee grote koplampen doemen op achter haar auto. De wagen nadert totdat hij bijna bumpert. Jana kijkt kwaad in de achteruitkijkspiegel. Ze remt licht af. De auto blijft heel dicht achter haar. Ze besluit op haar rem te staan, ‘Kom maar macho, zak!’ sist ze. De koplampen van haar achterligger komen gevaarlijk dichtbij. Een diep motorgeluid wordt hoorbaar, de wagen trekt op. Er komt een tegenligger aan. Plots raast de wagen, een oude rode Ford Mustang, voorbij en snijdt haar zeer kort de pas af om net niet de tegenligger te rammen. Deze claxonneert verschrikt. Jana ziet het rode model in de nacht verdwijnen en slaat woedend op haar stuur. ‘Klootzak!’ schreeuwt ze en werpt een blik naar haar handtas, zou ze? Ze schakelt een versnelling hoger en trekt zo snel ze kan op, zodat ze de Ford kan bijbenen. In de verte ziet ze hoe de wagen afslaat naar een tankstation. Jana remt en parkeert haar wagen even voor de oprit. Haar handen beven. Ze ademt diep in, telt voorzichtig tot tien en ademt dan weer uit. Jana wil het hier niet bij laten. Het is genoeg geweest.

Weggedoken in haar mantel wandelt Jana het winkeltje van het station binnen. Een slaapdronken winkelbediende bekijkt haar kort; haar benen, lang en sierlijk, haar lippen rood en uitdagend, een vrouw zoals ze zelden zijn winkel binnenkomen. Hij glimlacht en sluit zijn ogen. Ze pakt een boekje en doet alsof ze er in bladert. Ze kijkt naar de man achter de Ford, hij is moeilijk zichtbaar vanachter de benzinepomp.

Een kind, een rode wagen, krantenkoppen, bloeddoorlopen schilderijen, ze giet verf – alsof ze ervan af wil – in grote geuten op een canvas en trekt dikke vette strepen. Haar werk, gedrenkt in een verleden waar ze niet van af kan.

De man haalt zijn gsm uit zijn vest. Hij laat de wagen ondertussen vollopen en schuifelt wat op en neer. Nu ziet zij hem goed. Gespierde nek, afgeschoren haren, Afrikaanse roots en een leren vestje, een macho verschijning. Ze gaat de winkel uit, haar handtas stevig omklemmend. De winkelbediende kijkt even op en zakt dan dromerig onderuit. Jana gaat op de man af met een gespeelde blik van ‘Kun je me misschien helpen?’ Hij ziet haar betoverende verschijning en verwelkomt haar met een glimlachend knikje. Jana zucht gemaakt.

‘Probleem?’ vraagt hij, terwijl hij de grote spuitkop uit zijn benzinetank trekt.
Ze knikt: ‘Ja, de motor heeft het begeven en ik moet tegen zeven uur op m’n werk zijn.’
‘Waar?’
‘Brussel, Kunst-Wet.’
‘Oké, get in!’

Jana aarzelt. Hij ontbloot breed glimlachend zijn witte Aquafresh-tanden en zegt zijn naam, ‘Ray,’ Ze glimlacht kort en geeft hem een hand, ‘Jana.’

De Mustang rijdt weg. De straatlantaarns strelen de autoruiten. Het is vijf uur op de autoklok. Ray geeft gas, de snelheidsmeter geeft 90 mph aan. Hij kijkt stoer voor zich uit en zegt dat ze er wel op tijd zal zijn. In zijn wagen liggen enkele lege blikjes pils, een goedkoop stationsromannetjeen een cd van U2. Ray tracht een gesprek op te starten, zijn taal nog wat gebrekkig en met een Engels accent, maar hij doet moeite.

‘Ik ben terug van een bokskamp.’ Jana doet alsof het haar niet interesseert. Haar handtas dicht tegen haar lijf geklemd.
‘Ik blijf altijd even na. Ik ga nooit zonder dat ik weet dat hij oké is.’ Jana kijkt enigszins verrast op.
Ray vervolgt: ‘Dat is boksen, ‘t is hij of jij.’ Een korte stilte.
‘Hij is oké…’
‘Dus bokser? Heb je dan ook een pseudoniem?’
‘Een wat?’
‘Een boksersnaam, a nickname?’
Ze kijkt hem vragend aan, hij begint licht te blozen. Een beetje verlegen antwoordt hij: ‘Yes… Hard Candy.’
Jana glimlacht. Ray herpakt zich. ‘Dat moet van die managers, dat verkoopt… en wat doet u zoal miss Jana?’ Jana aarzelt, maar dan zegt ze: ‘Ik ben journalist en euh kunstenares.’

Ray kijkt haar geïnteresseerd aan. Ze tracht zijn blik te ontwijken.
‘En wat… maakt u zoal?

Jana twijfelt, zou ze nu echt zoveel prijsgeven aan die hufter, die macho met zijn veel te witte tanden? Hoe kan dat trouwens, zulke witte tanden als je zoveel op je bek krijgt? Ze vertrouwt het nog steeds niet. Misschien is hij wel, die, die, rotzak, die… Ze speelt wat zenuwachtig met haar vingers, wrijvend over haar handtas.

‘Niets?’
‘Schilderijen…’
‘Over wat?’
‘Euh, over… Ik wil de beelden uit de media en politiek die elke dag op me afrazen niet alleen kunnen beschrijven, maar ze ook kunnen vastpakken en ze uiteindelijk mijn eigen interpretatie geven!’ zegt ze bijna kwaad. ‘D, ‘dat is wat ik wil, begrijp je?’

Ray knikt bemoedigend, alsof hij wil dat ze verder gaat.

‘Een beetje zoals die Warhol?’ Jana negeert het.
Ray geeft zich niet gewonnen. ‘Ik hou van kunst die uit het hart komt, gewoon, puur… wat adem geeft… you know, like a time-out.’ Hij glimlacht kort om zijn eigen vondst.
Jana kijkt verbaasd op. Ze lijkt even nee te schudden. Ray kijkt haar oprecht aan en zegt niet zomaar wat ze horen wil. Hij lijkt echt geïnteresseerd en is duidelijk meer bezig met haar dan met de weg voor zich, hij rijdt alsof hij deze route blindelings kent. Ze ontwijkt zijn blik, ze wil niet toegeven dat hij ook maar iets zinnigs zou kunnen zeggen. Zijn handen liggen stevig op het stuur. Hij, gespierde armen. Zij, slanke benen. Af en toe een blik naar elkaar. Telkens net geen oogcontact. Nu staart zij hem wat langer aan, een getekend donker gezicht van een toch wel knappe man. Jana wil meer weten, misschien is hij niet die man die… misschien is hij gewoon, net als zij… een verloren ziel?

‘Waar kom je eigenlijk vandaan?’
‘Ghana…’
‘En hoe ben je hier terecht gekomen?’
Ray aarzelt ditmaal. Hij kijkt haar aan. Ze glimlacht. Haar hand op haar handtas.
‘Ik heb zeven jaar geleden moeten vluchten, via een boot. In ruil voor gevechten… ’

Stilte. Ray pakt een klein bruin flesje uit zijn autoportier en laat enkele druppeltjes van het pipetje dat erinzit onder zijn tong vallen. ‘Ik ben een legal illegal, nog steeds geen papieren, maar wel toegelaten… dankzij mijn boksen overleef ik.’

Jana lijkt te twijfelen. Hij zet de radio aan. Ze haalt haar hand van de handtas. Een stevig rocknummer speelt. Ray kijkt strak voor zich uit. Flitsen door zijn hoofd.

Het gezicht van een bang Afrikaans jongetje in een kippenhok terwijl een bende kindsoldaten met mitrailleur het kind bespotten. Hij kijkt bang naar de kippen. De jonge soldaten klappen in hun handen en jutten de kippen wat op.

Het is even stil. Dan kijkt hij naar haar. De regen kletst tegen de voorruit, hij knipt de ruitenwissers aan, zonder zijn ogen van haar af te wenden. Ze draait zich plots naar hem om. Betrapt kijkt hij verschrikt voor zich uit. Ze glimlacht, hij glimlacht, zijn ogen op de weg voor hem gericht.

‘Is er een vrouw in je leven?’
Zijn gezicht verstart. Hij mompelt iets dat op een ‘nee’ lijkt. Beelden blijven door zijn hoofd flitsen.

Het kippenhok is leeg, het deurtje open. De kippen liggen er doods bij. Een mooie jonge Afrikaanse, in verwaarloosde kleding, houdt hem stevig tegen zich aan. Ze huilen. Ze kijkt hem nu recht in de ogen en fluistert iets in zijn oor. Hij knikt en rent weg.

Ray kijkt geëmotioneerd voor zich uit. Hij trapt het gaspedaal nog wat verder in. De meter staat nu op 130. Jana’s blik angstig. Haar hand glijdt over haar handtas. Hij zet de muziek nog luider. Razor van de Foo Fighters weerklinkt. Jana verstijft. Ze herkent het liedje en wil het afzetten. Ze aarzelt. Haar ogen zijn waterig.

Jana staat voor een graf, Jimmy Van De Velde 2001-2009. De zon schijnt. Hetzelfde liedje weerklinkt vanuit een mp3-spelertje dat ze op het graf hangt.

Ray merkt haar natte ogen op. Hij zet de radio af maar blijft even snel doorrijden.

‘Miss… mag ik u iets persoonlijk vragen?’ Ze kijkt even op, herpakt zich en knikt.
‘Waarom bent u zo “donker”, als een … black widow?’
Ze aarzelt, ‘Euh, zwart staat me.’
Ray lacht. Hij haalt zijn flesje weer tevoorschijn en biedt het haar aan. Ze twijfelt.
‘Een speciaal kruidenmengsel, geeft innerlijke kracht.’

Ze knikt en in plaats van druppeltjes te nemen, haalt ze het pipetje er uit en neemt ze een hele slok uit het flesje zelf. Ray glimlacht. De koplampen van de wagen scheren over de weg. Het is rustig, niets te zien. Het zweet parelt over Ray’s gezicht. Hij duwt het gaspedaal nog dieper in. De snelheidsmeter: 150 mph. De rode achterlichten van een auto voor hem doemen op als twee rode oogjes. Hij passeert de wagen roekeloos, veel te dicht op hem afrijdend en kort afsnijdend in de bocht. Jana kijkt hem kwaad aan, ze grijpt met haar hand in haar handtas. Haar blik woedend, ze bijt op haar tanden. De wagen raast verder over de weg.

Jana, met ingehouden woede: ‘Kan het nog sneller?!’
Hij kijkt op en merkt haar hand op, die als een vuist in haar tas zit. Hij remt wat af.
‘Sorry, soms rijd ik sneller dan ik wil, net zoals ik sla.’
Hij zoekt naar haar ogen, die ze wegdraait.
‘Weet u miss… ik vlucht al heel mijn leven… soms lijkt het alsof ik tegen onzichtbare monsters moet knokken; monsters die steeds terugkomen, as a rerun, and … die ik maar niet kan raken.’

Ray tracht zich stoer te houden, maar je merkt aan zijn slikken en zweterige handen – die licht trillen – op het stuur, dat hij het meent en het erg moeilijk heeft.  Jana laat de grip in haar handtas verslappen. Hij kijkt haar weer aan, zij kijkt terug. Een intense blik, twee paar ogen die iets lijken te zoeken in elkaar, herkenning en begrip. Ze haalt voorzichtig haar hand uit haar handtas, ziet hij vanuit zijn ooghoeken. Haar ringvinger vertoont een lichte kring van waar ooit een ring werd gedragen.

‘Was u getrouwd?’
‘Ooit ja, in een ander leven.’
Ray knikt begripvol.
‘Weg, een ander…’

Stilte.

‘En jij, zo’n bink als jij moet ze toch van zich afslaan of niet?’
Hij aarzelt even. ‘Tja, veel vrouw, weinig warmte.’

Ze kijkt hem enigszins verrast aan. Haar handen trillen lichtjes, opgewonden, niet wetend wat aan te vangen. Moet ze hem nu neerknallen of doodknuffelen. Er ontstaat een oncomfortabele stilte, de wagen raast verder.  Hij kijkt lief en teder naar haar. Ze bloost, ze weet het niet meer. Dan pakt hij de cd van U2 van de achterbank, schuift deze in de cd-speler en kiest nummer twee, “Where the streets have no name”. Ze kijken elkaar glimlachend aan. Het oogcontact blijft net wat langer, tot hij weer naar de weg kijkt.

‘Ik voel dat ik u kan vertrouwen, vertrouw jij mij?’ Jana zwijgt. Hij kijkt recht voor zich uit.
‘Dit liedje wordt altijd gedraaid als ik in de ring stap. Het geeft me rust… tijd voor chill-out, neemt u even over, miss.’ Ray laat het stuur los terwijl hij blijft gas geven en sluit zijn ogen. Jana schrikt en pakt het stuur vast.

De muziek van U2 weerklinkt luidt. Gejuich mengt zich met de muziek. Ray komt huppelend de zaal binnen en springt snel in de ring. Ray geniet zichtbaar van de aandacht. De bel klinkt. Hij incasseert eerst enkele mokerslagen en laat dan glimlachend zijn mondstuk aan de tegenstander zien. Ray incasseert met de nodige doodsverachting nog enkele slagen. Nog steeds rechtop, glimlachend. Dan slaat hij keihard terug. Uppercut. Zijn tegenstander valt zwaar neer.

Hij trapt het gaspedaal verder in en blijft met gesloten ogen bijna meditatief zitten. Het regent pijpenstelen, zicht op nog geen meter. Jana klemt paniekerig het stuur vast. Plots doemt er voor hen een grote vrachtwagen op, Jana slaakt een kreet en trekt impulsief het stuur opzij. Ray opent zijn ogen en neemt het stuur weer over. Jana trilt, ze grijpt met haar handen door haar haren en neemt dan in één beweging het pistool uit haar handtas. ‘Stop, stop, jij moordenaar!’

Hij schrikt op. Dan zie je zijn grote schouders omhooggaan, hij ademt diep in en lijkt dit nu als een echte vechter te incasseren. Hij kijkt haar indringend aan. Pistool nu tegen zijn voorhoofd. Ze schokt, het huilen nabij.

‘Miss…’
Jana met gebroken stem: ‘Het is door zo’n bruut als jij dat ik m’n… ’
Met moeite om de naam uit te spreken, ‘Jimmy verloor! Misschien was jij het wel, die, die…’

Ray remt af. Jana houdt het pistool nog voor hem, los van zijn voorhoofd, net voor zijn slapen. Haar handen beven. Hij schudt zacht met zijn hoofd, alsof hij ontkent er ook maar iets mee te maken hebben, draait zijn hoofd en kijkt haar vol medelijden aan.

‘Stop! Stop de wagen hier en ga bij de bomen staan, hier langs de weg. Nu, nu zeg ik je!’

Hij parkeert de wagen opzij van de weg.

‘Uitstappen!’

Ray staat nu tegenover Jana. Een ranke, in zwart gehulde vrouw, koud en angstig, op nog geen twee meter voor deze grote geblokte man, kletsnat en sereen. Zijn schouders ontspannen hangend. IJzige stilte. Dan komt hij stapvoets dichter bij haar staan. Als een geliefde die zich helemaal overgeeft. Ze blijft het wapen op hem richten. De loop naar achter schuivend, de haan gespannen. Staalhard, leeg en koud kijkt het ding hem aan. Zij, verbitterd. Tranen wellen op. Hij glimlacht.

Een knal weerklinkt.

De band van een BMW- terreinwagen. Hij komt slippend tot stilstand, midden op de weg. Een ruziënd koppel stapt uit. De man schopt de wagen.

Ray en “miss” Jana staan recht tegenover elkaar. Het pistool losjes in haar naar opzij gerichte hand, rook komt nog uit de loop. Ze kijken elkaar aan. Een lange stilte. De ronkende motor van de wagen, de regen en het ruziënde koppel, alles valt weg. Oog in oog, ze lijken elkaar te begrijpen. Jana laat het pistool zakken en stort in elkaar. Ray vangt haar op. Haar gezicht tegen zijn brede schouders. Troostend.

Een time-out.

 


Van dit verhaal is er ook een scenarioversie gemaakt.

 

Bewaren

Bewaren

2 Comments

  1. Thanks for ones marvelous posting! I seriously enjoyed reading
    it, you are a great author.I will remember to bookmark your blog and may come
    back at some point. I want to encourage one to continue your great posts, have a nice day!

  2. Erg interessante en goed geschreven story, ik heb hier een project over gemaakt en dat ging heel vlot. Ook hulp gehad van de auteur, vriendelijke man.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

captcha: *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>