Tijdreiziger

Door 1 Reactie

De tijd holt je vaak voorbij en voor je’t weet zijn de zeemzoete momenten van balletjes met kriekskes en goed gevulde wafeldozen ver weg. En toch, tijdreizen bestaat, niet zoals Einstein bedoelde, het bestaat in een mens zijn hoofd. Je springt zoals je zelf wil van de éne tijd naar de andere, enkel je lichaam is de stille getuige van de jaren die voorbij zijn.

Enkele dagen geleden hield ik nog boven haar bed de foto in het oog met daarop een mooie jonge Georgette, schitterend tussen haar familie, met zussen en broers als één sterke clan, blinkend in een vastgelegde tijd. Ze kwam uit een warm en sterk nest, dat kon je zien, dat bleek ook uit wie zij was.

Zo werd vertelt dat ze vroeger het klooster in wilde en al novice was, dat is een soort proeftijd waarin je bent voor je echt je intrede doet. Ook werkte ze als gouvernante te Wespelaer voor de Graaf en de Gravin, maar haar besluit stond vast, haar leven zou vredig en vroom zijn.

Het was ook in die periode, vlak na de oorlog, dat ze een pijpjesrokende beroepsmilitair tegenkwam, een man met de krachtige naam Raoul LB.  Ergens aan het  station van
Haacht, wachtend op de stoomtram Aarschot – Ramsel, met een zwaar beladen valies op weg naar huis. Daar ontmoette hij,  puur en  schijnbaar onkreukbaar eikenhout, zij,
de koppige doch eindeloos plooibare wilg. En waar vele romantische films eindigden begon hun romance.  Als een  gentleman droeg hij haar bagage. De vrouw een handje
helpend met haar valies mocht toen nog als man.

Het klooster liet ze achter zich op voorwaarde dat hij het leger zou verlaten. Haar devotie en zijn  trouw bleef. En voor ze het wel en goed beseften ontstond een  nieuwe
generatie, even buigzaam en kloek. Omdat het zo moest zijn, omdat dat nodig was om de komende decennia te overleven en verder te kunnen gaan.

Over die komende jaren en kleine unieke herinneringen van anderen kan ik in deze kronieken niet veel vertellen, wel een beetje over die van mij.

Als kind verbleef ik er vaak, dat had zo zijn redenen, zoals er nu nog steeds zijn. Ik was graag bij mijn Bobonne en Peter, zoals ik hen noemde. En dat waren fijne,  warme momenten. Behalve als ik niet wilde eten, want voldoende eten was zeer belangrijk voor zij die ooit echt honger had geleden. En dat liet Peter op zijn eigen wijze merken, tegen de zin van Bobonne, maar ook in die tijd waren de rollen van een man en vrouw nog heel duidelijk. In de kelder at ik uiteindelijk mijn bord leeg. De duisternis en de belofte van op jongetjes verlekkerde ratten hielpen er om alles snel naar binnen te spelen.

Eén ding ging er wel vlot in en dat waren haar wafeltjes. Heerlijk was dat. Vooral kinderen zag ze graag en dat plezier had ze als “nonnetje” nooit zo kunnen  beleven,  dat toverde een glimlach op haar gelaat, dat, een chocotof en een Westmalle Trappist.

En toen ikzelf dus nog zo’n veelbelovende kleine schepping was, werd het een tweede thuis voor me. Van me aanpassen en aarden was toen nog geen sprake, het was gewoon zo, ik verbleef er en deed wat ik wilde en mocht doen. Achter in de veranda de kanaries plagen, boontjes plukken in de hof en ze dan pellen, met het kopje er afpitsen  en voor “de middag” de keuze tussen korstjes of balletjes in mijn soep.  In de namiddag maakte ik op m’n rode loopbrommertje de buurt onveilig, ik raasde er als een wildeman de stoep op en koerste de wijk rond. Vlak voor het eten hielp ik nog met Peter zijn postzegelverzameling en las hij voor uit oud bewaarde krantenartikelen, waarin de crash van de zeppelin stond en het drama met de titanic. Vol ongeloof luisterde ik. ’s Avonds keek ik mee naar ‘cijfers en letters’ of ‘des schiffres et des Lettres’, want dat was toen nog in’t Frans. Dan het bad in; ’t kereltje moest proper zijn achter zijn oren.

Zij zat geduldig op een kruk naast me aan de badrand en we gooiden een uitgewrongen washandje naar elkaar, zo leerde ik tellen, rijmpjes maken en leerde ze me spreuken alsof we woorden naar elkaar gooiden: de – ochtend- geeft – goud- in – de – mond- ,  het – is niet- al – goud – dat –blinkt, en vooral – geduld – is – zulk – een – schone – zaak.

Kleine wijsheden gewrongen in een klam washandje. Erna tanden poetsen, vingers dopen in het mariavatje en een krans weesgegroetjes bidden voor het slapengaan. Dat waren de kleuren van die tijd.

Ongeveer drie jaar geleden, toen ze al eens erg ziek was en we dachten dat haar lichaam het niet meer aankon, zat ik zelf in een diepe crisis. Ik zat daar toen, na mijn werk, alleen naast haar bed waar ik regelmatig voorlas uit boekjes met Oosterse wijsheden of Griekse mythen en sagen. Nu niet, ik praatte tegen haar, ik vertelde haar over hoe moeilijk dat het leven was, hoe dat je soms de dingen niet in de hand hebt en alles lijkt in te storten, en hoe moeilijk het was om hierbij keuzes te maken en gewoon je eigen weg te blijven volgen. Ik stortte haar – die er levenloos bijlag en al vele jaren aan Alzheimer leed- mijn hart uit, open en bloot, ze zou het wellicht niet begrijpen.

Maar ze luisterde wel, en ondanks haar verre blik bleef ze merkwaardig helder, ze zuchtte, richtte zich op en zei: ‘Och manneke, ’t is wat het is, ’t is wat het is’.

Ik woon al lang ver weg van dit alles, die kern, die grond vanwaar ik kom, ik heb me steeds een immigrant gevoeld binnen in mijn eigen land, waardoor me aarden zeer moeilijk ligt, alsof ik in ruil voor de ene familie de andere steeds moest opofferen. Daarom wellicht ook dat ik schrijver en reiziger ben.

En net als elke reiziger kennen herinneringen geen afstand noch tijd, je bent waar je bent en je moet je ogen maar sluiten en je kan zien, ruiken en als je echt dicht bij je hart gaat zelfs voelen wat er is.

Zo reis je over afstanden heen alsof ze slechts een seconde van elkaar verwijdert zijn, dan reis je echt in de tijd.  Soms kan ik zelfs beter praten met zij die er niet zijn, het lijkt minder gevaarlijk en vaak is die achtergebleven energie nog erg sterk.  Maar ook dat moet je achterlaten of beter, loslaten. Het wordt dan belangrijk de warmte liefdevol te koesteren die er overblijft en die er nog is zoals wanneer je bij hen bent die er nog wel zijn.

En als we onze ogen sluiten en erom vragen zal zij, net als al onze voorouders, ons helpen ook onze weg naar verlichting te vinden. Want het is zoals het is en dan heb je twee keuzes, het aanvaarden of het veranderen in de mate dat jij dit kan. Door te reizen in de tijd en in jezelf, stap voor stap te doen wat je moet doen.

Het leven verder zetten.

One Comment

  1. This is cool!

Laat een reactie achter bij Erica Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

captcha: *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>