HondaBlackBomber-polaFragment uit “De stand-up comedian”

De liefde.

Neen blijf gefocust op je weg. Maar daar kwam het weer die gedachte: ‘de liefde’, ‘Ja wat is er daarmee?!’ Riep hij razend over de weg.

Wellicht kwam het door het zomerse weer, het golvende landschap en de vreemde nachten. Maar die liefde had zich reeds in vele vormen vertoond en het voelde tot nu niet echt aan. Eerder een hang naar aandacht en troost in plaats van echt en zuiver. Hij wist dat hij zelf nog een lange weg had te gaan, maar was tot dan nog geen vrouw tegen gekomen die met hem een zelfde weg wilde gaan.
Hij wist wel wat hij niet wilde. Hij wilde geen vrouw die hem vertelde wat hij wel of niet kon doen en hoe hij als man zou falen net omdat hij een man was. Hij wilde ook geen vrouw die speels uit zijn armen rolde, zich dan naar voren hangend boven hem boog en in zijn oor fluisterde: ‘Is daddy happy?’
Fuck neen! Dan waren er nog die ontmoetingen met blingblingbitchen die enkel in zijn creditkaart en daarbij horende statistieken geïnteresseerd waren. En de regelteven die voor hem lijstjes maakten waar hij aan moest voldoen om die avond aan zijn trekken te mogen komen. En tot slot de, de zenwijven, zij die zich enkel kunnen geven als ze volledig zen zijn, en bijgevolg zich zelden geven. Toch niet aan een man van vlees en bloed.

‘Aaaaaah, verdwijn!’ schreeuwde hij.  Het klopte niet. Lag het aan hem, aan de ander, of de natuur van de liefde? Liefde? Dat is niet echt liefhebben, dat is zoeken, naar jezelf
of wat de boekjes ook mogen vertellen en …verdomme, eerst uzelf graag zien ja! Als een tornado bombardeerden de gedachten zijn hang naar rust. Op dat vlak had mijn moeder gelijk, schoot hem te binnen. Ik kies ervoor om op dit vlak een egoïst te zijn, als ik niet eerst aan mezelf denk wat geluk of beter ‘rust’ betreft zal er niet veel veranderen.

Net op dat moment kwam er een fietser om de hoek van een van de scherpe bochten.

PJ’s gedachten sprongen weg en hij moest snel bijsturen om deze durfal te kunnen ontwijken. Een ware waaghals vermits men er nog nooit gehoord had over de aanleg van fietspaden.
Vlak na de fietser stevende er een wagen recht op hem af. PJ gaf een nieuwe ruk aan het stuur en donderde de weide in naast de weg. Hij landde er vlak voor een in graszoden ingebed gesteente.

Hij hijgde, zijn hart klopte als een wilde. Hij zette zich neer op het mossen veldje dat op het dak van dit gesteente lag. Het leek op een hunebed en hij liet zich neervlijen, met de handen achter zijn hoofd.

De liefde, dacht hij. Gij smerige speelster, de vuilste quizmaster die er bestond en je steeds weer stuurde naar een ronde hoger of lager. Afhankelijk van de strijd die je leverde met je tegenspeler won of verloor je. Zij die je deed hunkeren naar meer, maar nooit toegaf om zich te openbaren, totdat, totdat je … ergens op een stenen bed lag en niet meer nadacht.

Vlak voor hem zag hij een warm wezen dat opdook als een Venus uit Botticelli’s schelp.
Een wezen dat tegelijk zelfstandig was en toch in volle overgave keuzes maakte, ook voor hem, net zoals hij zou doen…

Hij opende zijn ogen. De zon scheen, het was stil en hij wist binnenin dat de liefde niets meer was dan warmte en overgave zonder zichzelf te verliezen.

Hij kroop voorzichtig recht. En seks, tonnen seks, dacht hij. Daar mocht hij niet hypocriet over doen, waarna hij bulderend in de lach schoot. Zoals de liefde die hij tot dan had gekend, een lust waar hij alleen maar pijnlijk hard moest om lachen.

Het volledige verhaal vind je terug in mijn kortverhalenbundel “Zeven nachten zonder“.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

captcha: *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>