Matchboxman

Door Laat een reactie achter

Decor

Het decor geeft de indruk van een klein kelderachtig archief, bestaande uit een bureautje, een typmachine, een telefoon, een rek met notaatjes, een thermos, een Cd-speler en enkele magazines over auto’s. Voor de bureau ligt een tapijtje met voorwerpen. Aan de muur hangt nog een grote foto van Fabiola, de oermoeder der Belgen

 De Matchboxman

‘Jos’ is materiaalverantwoordelijke in het gemeentehuis van het dorp waar hij woont. We zien hem aan het werk in het magazijntje, ondergedoken als een kluizenaar. Hij verricht enkele duidelijke handelingen. Hij controleert de planningen, checkt de telefoon en legt deze van de haak, ordend papieren en de sleutelbos van het opberghok. Dan is het tijd voor zijn ritueel, eerst de rituele stap, waarbij hij zijn schoenen uitlepelt, zijn stofjas losmaakt en een eigenaardige kramp vertoont in zijn schouder. Vervolgens stapt hij op het tapijtje waarop zijn autobox en opbergdoosje liggen. Hij opent zijn autobox en begint de autootjes in rijtjes achter elkaar te plaatsen. Hij grijpt in het koffertje en zoekt, en zoekt. Hij geraakt hij in paniek. Hij hijgt zwaar, kreunt en kermt, gooit alles eruit, zoekt en wroet, roept de naam Liliane tot hij haar wagentje vindt en ook tot rust komt, uithijgend alsof hij snel heeft moeten lopen.

JOS:  Oh Hey dag Liliane, ben je niet bang hier op ‘t kerkhof, ik was heel bang, op dit uur nog, ja, ga je mee achter dit graf even zitten, kunnen we een beetje praten…weet ge, ik vind het echt tof dat gij mijn  vriendin wilt zijn, gij, gij lachte nooit met mij als we gingen zwemmen, ze noemden mij steeds ‘het  doedelzakske’ omdat ik zo van die vetbandjes had die over mijn broekske golfden, maar gij lachte niet met mij.
Stilte.
Ik heb u graag Liliane en gij houdt ook van autootjes hé, als de jongens gingen voetballen ging ik met m’n matchboxkes op de zolder spelen, dat was veel plezanter en gij, gij speelde graag mee … En hoe is’t met uw pa… is hij toch  weg… de mijne is ook weg… al veertig jaar nu…dat moet een duur reis zijn.

Jos lacht geforceerd, het lachen lijkt op het lachen van een gek. Plots stopt hij.

Kijk, ik heb iets meegebracht voor u, een autootje, een matchbox volkswagen, ik heb er de L
ingekrast…dat is voor u… oei, ‘t is al negen uur, ons moeke wacht op mij, ik moest al thuis zijn, dag
Liliane, we zien elkaar toch nog hé, tot morgen, zelfde graf? Daaaag.

Hij sluit snel zijn stofjas, steekt zijn schoenen aan en kijkt even op de memokaartjes, dan grijpt hij de telefoon en vormt een nummer.

Ja Jan, de Jos hier, gij vergeet toch die twintig zakken cement niet hè, oké, jaja oké!

 
Beginscène uit de monoloog.
Ontstaan vanuit een concept van Bart Vermeer en improvisaties met Eddy Dewit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

captcha: *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>